Bereidingswijze
1. Voorbereiding
-
Verwarm de oven voor op 175°C (boven- en onderwarmte).
-
Bekleed één of meerdere bakplaten met bakpapier.
-
Zorg dat alle ingrediënten op kamertemperatuur zijn voor een gelijkmatig deeg.
2. Het deeg maken
-
Doe de boter, olie, suiker, vanille, citroenrasp en eieren in een grote mengkom.
-
Klop alles met een garde of handmixer tot een glad, romig en homogeen mengsel. De suiker moet volledig zijn opgelost.
-
Voeg vervolgens de bloem, het bakpoeder en het snufje zout toe.
-
Meng eerst voorzichtig met een spatel zodat de bloem niet stuift.
-
Wanneer het deeg samenkomt, kneed je het kort met je handen tot een zacht maar niet plakkerig deeg.
Tip: Het deeg moet soepel aanvoelen. Is het te plakkerig? Voeg dan een klein beetje extra bloem toe.
3. Koekjes vormen
-
Neem telkens ongeveer 1/2 tot 1 theelepel deeg per koekje.
-
Rol het deeg snel tussen je handpalmen tot kleine, gelijkmatige balletjes.
-
Leg de balletjes met voldoende tussenruimte op de bakplaat en druk ze lichtjes plat.
Het is belangrijk dat alle koekjes ongeveer even groot zijn, zodat ze gelijkmatig bakken.
4. Bakken