Ingrediënten
Voor de appelvulling:
Appel: 1 (geschild, klokhuis verwijderd en in blokjes gesneden)
Boter: 1 eetlepel (14 g)
Suiker: 2 eetlepels (25 g)
Kaneel: een snufje (naar smaak)
De appelvulling vormt het hart van dit recept. Door de appel vooraf kort te bakken met boter en suiker, ontstaat er een zachte, gekarameliseerde structuur die veel meer smaak geeft dan rauwe appel. Kaneel is daarbij een klassieke toevoeging die de appel extra warm en aromatisch maakt.
Voor het deeg:
Ei: 1 (groot)
Zout: een snuifje
Vanillesuiker: 8 g
Suiker: 50 g (1/4 kop)
Melk: 2 eetlepels (30 ml)
Gesmolten boter: 50 g (3 1/2 eetlepels)
Bakpoeder: 4 g (1 theelepel)
Meel: 250 g (2 kopjes)
Dit deeg is eenvoudig en snel, maar toch stevig genoeg om de vulling goed vast te houden. De combinatie van suiker en vanillesuiker geeft het deeg een lichte, zoete smaak. Bakpoeder zorgt voor een zachte structuur, waardoor het deeg na het bakken niet hard wordt maar aangenaam luchtig en zacht blijft.