Weken later heerste er weer stilte in het appartement. Niet de pijnlijke stilte van gisteren, maar een rustige, heldere stilte. Ik kon weer horen hoe water kookt, hoe papier ritselt, hoe mijn eigen gedachten klinken als ze niet overstemd worden door andermans eisen.
Ik kocht een nieuwe vaas. Een eenvoudige, zonder goud of versieringen. Niet om de oude te vervangen—die was verbonden aan herinneringen die niet terug konden komen—maar als een symbool. Iets stevigs en simpels, iets dat niet doet alsof het meer is dan het is.
Ik zette hem op dezelfde plek. In het licht van de namiddag glom hij zacht.
En elke keer dat ik ernaar keek, herinnerde ik mezelf aan één waarheid die ik veel eerder had moeten omarmen:
Leugens komen uiteindelijk aan het licht.
De waarheid heeft geen geschreeuw nodig.
Ze blijft stil.
En ze blijft.