“Was ik echt… weg?” fluisterde Lily.
Anna’s ogen vulden zich met tranen.
Ze knikte.
Lily keek naar Rex, die naast haar bed lag alsof hij een bewaker was.
En ze zei:
“Hij heeft me teruggehaald.”
Anna legde haar hand op Lily’s hoofd.
“Ja,” fluisterde ze. “Hij heeft je teruggehaald.”
Rex sloot zijn ogen alsof hij tevreden was.
Epiloog
De mist op de begraafplaats trok die dag langzaam weg.
Maar iets anders bleef.
Niet mist.
Niet kou.
Maar een nieuwe waarheid die iedereen die erbij was, meedroeg:
Dat leven kwetsbaar is.
Dat afscheid soms te vroeg komt.
En dat hoop, hoe irrationeel ook, soms gelijk krijgt.
Die begraafplaats was ooit een plek van definitief verlies.
Maar sinds die dag werd het ook iets anders:
Een plek waar mensen zich herinnerden dat wonderen niet altijd luid komen.
Soms komen ze in de vorm van een hond die weigert weg te lopen.
Soms komen ze in een blaf die de stilte breekt.
Soms komt het leven terug…
precies op het moment dat iedereen dacht dat het voorgoed verdwenen was.